Praktijkexamens
Het praktijkexamen bestaat dus uit twee gedeeltes; bijzondere verrichtingen en verkeersdeelname. Het examen bijzondere verrichtingen (Avb) is in vier verschillende clusters verdeeld. Men dient zeven van de twaalf oefeningen uit te voeren! Om te slagen moet de kandidaat in totaal vijf verschillende bijzondere verrichtingen succesvol afronden uit cluster 1, 2, 3 en 4! Belangrijk om te weten: In één cluster mogen niet beide verrichtingen onvoldoende zijn!
Deel I: Examen voertuigbeheersing (Avb)
1. Lopen met de motor en op de standaard zetten.
Dit resultaat telt dus mee voor het eindresultaat. Is de uitvoering van deze bijzondere verrichting onvoldoende, dan mag de kandidaat dus voor elk van de onderstaande drie clusters (2, 3 en 4) nog maar één onvoldoende behalen!
2. Verrichtingen bij lage snelheid
In deze serie is de langzame slalom met gebruik van slippende koppeling verplicht. Verder maakt de examinator de keuze uit: Denkbeeldige acht, halve draai (links- of rechtsom), stapvoets rijden of wegrijden uit parkeervak.
3. Verrichtingen bij hogere snelheid
Verplicht: De uitwijkoefening (50 km p/u). Naast deze oefening kiest de examinator in dit cluster voor de vertragingsproef of de snelle slalom. De vertragingsoefening dient aangereden te worden met 50 km p/u en eindigt met 30 km p/u. De juiste snelheid bij de snelle slalom is 30 km p/u.
4. De remoefeningen
De noodstop is een verplicht onderdeel. Daarnaast heeft de examinator de keuze tussen de precisiestop of de stopproef. Bij de remoefeningen komt de kandidaat met 50 km p/u aanrijden. Het gaat er bij alle oefeningen om dat je de examinator op overtuigende wijze demonstreert dat je de motor beheerst. Bij lage, én hoge snelheid. En dat je goed kunt remmen.
Je mag iedere oefening bij een onvoldoende resultaat één keer overdoen. Om te slagen moet je in totaal vijf van de zeven verschillende oefeningen succesvol afronden. Daarbij dien je in de clusters twee tot en met vier minimaal één oefening correct uit te voeren. Als je slaagt voor dit Avb examen, is het resultaat één jaar geldig. Je ontvangt geen uitslagformulier. In deze periode kun je – onbeperkt – opgaan voor het examen Avd (verkeersdeelneming). Doe je examen op een lichte dan wel zware motor, dan doe je het Avd examen ook op diezelfde categorie motor.
Deel II: Examen verkeersdeelneming (Avd)
Tijdens dit examen dien je buiten de gebruikelijke documenten een geldig theoriecertificaat ‘A’ en een geldig ‘bewijs van voertuigbeheersing’ aan de examinator te tonen. Beide documenten zijn één jaar geldig. Bij dit laatste onderdeel kun je de ogentest en de technische vooraf-bevraging verwachten. Iedere kandidaat krijgt van de instructeur het BRAVO-A formulier bij het begin van de rijopleiding om op deze vragen voorbereid te zijn. Tijdens de rit op de openbare weg wordt er o.a. gelet op jouw kijkgedrag, plaats op de weg, rijden van bochten, volgafstand houden, de interactie met andere verkeersdeelnemers, de voertuigbeheersing in het verkeer en je verkeersinzicht. Slaag je voor dit onderdeel, dan ben je in het bezit van het felbegeerde motorrijbewijs.